Zodra het spitse uiteinde eenmaal in het gat aan de andere zijde is gestoken en de eerste ribbel is gepasseerd, kan het niet meer worden teruggetrokken. Zo ontstaat een lus die alleen nog strakker kan worden getrokken. Zo kunnen kabels bijeen worden gehouden. De kabelbinders zijn dus voor eenmalig gebruik. Het handige bevestigingsmiddel voor vele toepassingen!
Geschiedenis van de Kabelbinder of Tie-wrap.
Sinds de tijd dat meerdere electrische kabels bijeen gehouden moeten worden is er behoefte naar het verzamelen van electrische kabels. Dit om het aantal losse kabels te beperken, schade te verminderen en te organiseren.
Vroeger werd het bundelen van kabels gedaan met touw, veters, koord of zelfklevende tape. Hoewel bruikbaar had dit ernstige nadelen. Bijvoorbeeld: koord vergt veel tijd bij het aanbrengen. Tapes kunnen uitdrogen. Bij het gebruik van deze materialen zaten de kabels vaak of te los danwel te strak. Bij alle methoden ontbrak het aan fijnafstelling.
De eerste kabelbinder die werd gepatenteerd door Thomas en Betts in 1958, en werkte als een soort stropdas met in de 'kop' een schuin geplaatst metalen palletje dat dusdanig op de ribbel viel dat de bundelband niet meer geopend kon worden.



